Steun ons en help Nederland vooruit

zondag 15 december 2019

TASS position paper verkiezingsprogramma 2021 def

Toekomstvaste keuzes voor een vergrijzende samenleving

Position paper TA Senioren & Samenleving Verkiezingsprogramma 2021, december 2019

 Inleiding

De demografische ontwikkelingen in Nederland vormen in de komende decennia een flinke uitdaging voor de samenleving en voor de overheden. Het aantal jongeren zal met de helft teruglopen, terwijl het aantal senioren zal verdrievoudigen. Rond 2030 zal een omslag plaatsvinden en zal het aantal senioren (> 65 jaar) groter zijn dan het aantal jongeren in de leeftijd van 0 – 20 jaar.

Door deze ontgroening en vergrijzing wijzigt de verhouding tussen het aantal werkenden en niet-werkenden (grijze druk) en staat de economische structuur op de tocht. In de Verkenning Middellange termijn 2022-2025[1] geeft het Centraal Planbureau aan dat de vergrijzing leidt tot lagere economische groei. De koopkracht stijgt in doorsnee niet. Hogere Zvw- en pensioenpremies en lagere werkgelegenheidsgroei leiden tot lagere groei van de particuliere consumptie.

In 2040 zal het aantal 65-plussers ongeveer de helft bedragen van het aantal 20-65 jarigen. Als de arbeidsparticipatie gelijk blijft, zijn er in dat jaar op elke tien niet-werkenden nog maar acht werkenden. Door het bestaande omslagstelsel zullen jongere werkenden de lasten van de vergrijzing moeten dragen waardoor zij mogelijk minder te besteden zullen hebben en dit de economische groei kan afremmen. Deze generatie zal waarschijnlijk geneigd zijn het aantal kinderen te beperken, waardoor de trend –veel ouderen, weinig jongeren- ook wel ‘demografische fuik’ of ‘demografische val’ genoemd, zich zal voortzetten.

Naast economische effecten hebben deze demografische ontwikkelingen grote effecten op terreinen als arbeidsmarkt, huisvesting, gezondheidszorg, mobiliteit, onderwijs, recreatie en toerisme.

Deze ontwikkelingen vragen niet om een doelgroepsgewijze aanpak in de vorm van seniorenbeleid, maar om een integrale aanpak. In deze aanpak moet wel de positie van een aantal groepen die mogelijk negatieve gevolgen ondervinden van de demografische ontwikkelingen voldoende aandacht krijgen. Het spreekt voor zich dat de Thema Afdeling Senioren en Samenleving in het bijzonder aandacht vraagt voor de negatieve gevolgen voor de groep senioren (55+)

Opheffing tweedeling werkenden/gepensioneerden op basis van leeftijd

Ieder individu heeft een onvervreemdbaar recht op onafhankelijkheid, zelfbeschikking en zelfstandigheid. Pensionering mag niet leiden tot aantasting van deze rechten.
De huidige juridische en arbeidsrechtelijke tweedeling op basis van en leeftijdscriterium tussen werkenden en gepensioneerden is discriminerend en hindert de duurzame inzetbaarheid. Senioren mogen niet worden ontheven van hun maatschappelijke functies zonder dat ze zelf daarover de regie hebben. Zij moeten als mondige burgers daarover elf kunnen beslissen. Niet leeftijd bepaalt het moment van pensionering maar de wil en het vermogen van het individu om bij te dragen aan de arbeidsmarkt en de maatschappij.

Duurzame inzetbaarheid

Volwaardig deel uitmaken van de maatschappij vereist duurzame inzetbaarheid van de werkende mens. D66 zal nieuwe initiatieven bij wetgeving en sociale contracten ontwikkelen en realiseren waardoor duurzame inzetbaarheid mogelijk wordt. Investeren in gezondheid, vaardigheden, betrokkenheid en werkplezier van werknemers zal leiden tot een langer, productiever en gelukkiger werkzaam leven. Dit is goed voor de mensen, voor de arbeidsmarkt en voor de overheidsfinanciën.[2]

Het is van belang dat er een coherente visie wordt ontwikkeld op leven en welzijn voor alle leeftijden, waarbij niet meer in hokjes wordt gedacht maar een goed en afwisselend leven voor iedereen mogelijk wordt en blijft.

Niet alleen de overheid, maar ook (en vooral) sociale partners zullen nieuwe wegen moeten inslaan om de komende vergrijzing op te vangen.

Arbeidsmarkt

De stijging van de pensioenleeftijd en werken tot op hogere leeftijd is een van de centrale sociaaleconomische kwesties van deze tijd. Veel werkgevers zijn bezorgd over mogelijk negatieve gevolgen van de vergrijzing, met name over het al dan niet lichamelijk volhouden van het werk. Daar staat tegenover dat werkgevers actiever zijn geworden om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen bijvoorbeeld door middel van scholing, training en flexibele werktijden. Gezien de verder toename van het aandeel oudere werknemers binnen de beroepsbevolking is verdere stimulering van om- en bijscholing, zeker voor lichamelijk en mentaal zware beroepen, gewenst en noodzakelijk. Hier ligt vooral een rol voor sociale partners en de overheid om sectorspecifieke én sectoroverbruggende afspraken te maken die ervoor zorgen dat oudere werknemers kunnen blijven doorwerken.

Oudedagsvoorziening

Op termijn zal het stelsel van AOW, pensioenen en levensverzekeringen moeten worden aangepast aan de demografische ontwikkelingen en de reactie van de arbeidsmarkt daarop. Gestreefd moet worden naar een stelsel waarin mensen vanaf 55 jaar de mogelijkheid krijgen om te kiezen om over te stappen naar minder belastende functies of functies ter algemene ondersteuning van maatschappelijk belang. Een mogelijke oplossing zou bijvoorbeeld gevonden kunnen worden in een vorm van basisinkomen.

Daarnaast is algehele invoering van deeltijdpensioen een voor de hand liggend instrument om geleidelijke uittreding uit het werkzame leven mogelijk te maken.

Op termijn is een verbeterd pensioensysteem nodig dat duurzame inzetbaarheid en waardige ouderdom mogelijk maakt, waarin onafhankelijkheid, zelfbeschikking en zelfstandigheid van ouderen worden gerespecteerd.

Zorg

Wie niet meer mee kan in maatschappelijke activiteiten –en dat moment komt onvermijdelijk voor iedereen- heeft recht op goede zorg van en door de overheid.

Als de senior patiënt wordt, moet deze zelf kunnen beschikken over zijn zorg en eventueel het achterlaten daarvan.D66 wil dat ouderen op waardige wijze oud kunnen worden en hun laatste levenspad zelf, autonoom, kunnen bepalen.

Door toenemende levensverwachting, innovatie in de zorg en de vergrijzing verandert de zorgvraag en neemt de zorgvraag toe. Door andere wensen t.a.v. levenskwaliteit en keuzevrijheid willen veel mensen hun leven tot op hogere leeftijd voortzetten zoals ze gewend zijn. Extramuralisering van de zorg en financiële scheiding van wonen en zorg beïnvloeden de locatie waar mensen zorg ontvangen. Ouderen blijven langer thuis wonen waardoor ook de zwaardere zorg aan huis stijgt.

De financiële en organisatorische schotten tussen de verschillende vormen van zorg- en welzijnsverlening moeten worden geslecht en de regie (inclusief indicatiestelling) in de wijk worden geregeld.[3]

Wij pleiten voor het stimuleren van alternatieve ‘geclusterde woonvormen’, waar zelfstandige woningen of appartementen gegroepeerd een netwerk van ondersteunende voorzieningen dicht bij huis bieden. Dat vereist niet alleen centrale beleidsaanpassingen, maar ook inzet van de woningbouwcorporaties.

Meer aandacht is nodig voor het intensiveren van het voorkomen en behandelen van ouderdomskwalen die zich bij toenemende vergrijzing vaker zullen voordoen. Lifestyle adviezen spelen hierbij een belangrijke rol. Extra aandacht hiervoor bij de huisarts is niet genoeg. Wij pleiten ervoor dat eerdere experimenten met een Consultatiebureau voor Ouderen opnieuw de aandacht krijgen.

Bij toenemende vergrijzing is het onmogelijk te vragen dat grote aantallen jongeren zorg zullen dragen voor ouderen; Het verwachte personeelstekort in 2022 is ca. 63.000. Ouderen zullen in een deel van de zorg ondersteund kunnen worden door de inzet van e-health. Dit is zowel in de professionele zorg als voor mantelzorgers en vrijwilligers inzetbaar.

De lasten van de groeiende ouderenzorg zullen verdeeld moeten worden tussen de premie- en belastingbetalers, de zorggebruikers en mantelzorgers. Elk van deze manieren om ouderenzorg te financieren en te organiseren heeft voor- en nadelen, er is dus geen eenvoudige oplossing.[4]

 

Huisvesting – woonomgeving

Vergrijzing draagt bij aan geringe doorstroming op de woningmarkt waardoor jongere huishoudens een hindernis hebben om een woning te bemachtigen.

Levensloopbestendig bouwen is inmiddels gemeengoed bij gemeenten. Toch zijn op korte termijn ook grote investeringen nodig voor huisvesting van ouderen. Naast nieuwbouw van betaalbare seniorenwoningen moeten bestaande woningen worden aangepast zodat mensen op een prettige manier kunnen blijven wonen daar waar voorzieningen zoals zorg, ondersteuning, horeca en winkels aanwezig zijn. Deze opgave ligt niet alleen bij de woningcorporaties maar ook bij projectontwikkelaars en investeerders. Financiële en formele belemmeringen voor de bouw van (sociale) huurwoningen in de middenhuur sector (tussen 720 en 1.000 euro) dienen te worden opgeheven om ruimere beschikbaarheid van woonruimte voor met name ouderen te verkrijgen.

De toekomstige vergrijsde maatschappij zal minder mobiel zijn. Daarom moet een betere infrastructuur worden ontwikkeld waarbij alle noodzakelijke faciliteiten dichtbij en bereikbaar zijn. Dat betekent decentralisatie van o.a. de overheids-, zorg- en welzijnsfaciliteiten. Buurten moeten idealiter zo zijn ingericht dat publieke faciliteiten zoals huisarts, tandarts, bibliotheek, openbaar vervoer etc. lopend bereikbaar zijn. Gemeenten dienen dit in hun woningbouwvisie op te nemen. Elke buurt of dorp dient minimaal 1 gemeentelijk contactpunt (burgerloket) te krijgen.

Coherente visie op leven en welzijn voor alle leeftijden

De grote uitdagingen ten gevolge van de vergrijzende samenleving vragen om toekomstvaste keuzes. Anticiperen op een sterk gewijzigde leeftijdsopbouw en met name de sterke toename van het aantal 65-plussers en vooral 80-plussers is meer dan ooit nodig. Naast concrete maatregelen op veel beleidsterreinen is vooral een cultuurverandering nodig.

Leeftijd mag geen maatstaf zijn, maar het onvervreemdbare recht op keuzevrijheid van ieder individu voor de inrichting van zijn of haar leven, ongeacht leeftijd.

[1] CPB Raming middellangetermijnverkenning (MLG) 2022-2025, november 2019

[2] Secretaris-generaal SZW: langer doorwerken vraagt maatwerk en cultuuromslag

[3] Vera Bergkamp, NRC 19-9-2019

[4] NETSPAR: Wie zorgt en betaalt voor de ouderen van morgen?